Debuutroman over de eerste wereldoorlog.
Gabriel is een jongen van 9 jaar tijdens de eerste wereldoorlog. Dit verhaal speelt zich af in 1918.
Zijn vader is naar het front en zijn moeder is hij kwijtgeraakt tijdens de vlucht Nu verblijft Gabriel tussen de puinhopen van de kapotgeschoten basiliek.
Toen hij 5 jaar was is hij een keer verdwaald in het koren. Zijn vader had toen gezegd dat als hij naar de heilige maagd op de toren zou kijken, hij altijd de weg naar huis zou vinden.
Dat hoopt hij nu ook voor zijn ouders, broers en zus. Daarom blijft hij in de buurt.
Berthe, de vriendin van Gabriels zus let een beetje op hem en zorgt voor eten. Zij worden “bondgenoten”.
Als Gabriel tussen de vijandelijke linies loopt te scharrelen vindt hij allerlei oorlogsbuit. Hij brengt de Duitsers allerlei spullen, zoals geweren en eten in blik. Daar krijgt hij dan wat voor.
De Engelsen brengt hij allerlei informatie. Bv. een tas met een brief waar allerlei coördinaten op stonden.
Ook heeft hij een hond op drie poten gevonden die hem overal volgt,
Tijdens een tocht door de loopgraven vindt hij een Engelsman, Ralph Lawrence die meer dood dan levend is. Hij kan hem niet direct naar de Engelsen brengen, maar verstopt hem achter in de Basiliek. Berthe en Gabriel verzorgen hem zo goed mogelijk.
Ze zwijgen tegen de Duitse majoor over de Engelsman
De schrijfstijl van dit verhaal is in het begin wennen. Dat komt vooral omdat er vanuit drie personen wordt geschreven; Gabriel, Ralph en de majoor.
Bovendien wordt tijdens het verhaal regelmatig een hoofdstuk gewijd aan wat ervoor gebeurde. Het maakt dat je aandachtig moet lezen om de draad van het verhaal vast te houden.
Het is een aangrijpend verhaal over de eerste wereldoorlog. De strijd, de totale vernietiging van het platte land, de loopgraven en de dorpelingen die telkens proberen om hun huis op te bouwen.
De geschiedenis is op deze manier mooi weergegeven.