Deze roman vertelt over de Iraakse Huda en Rania, die als kind hartsvriendinnen waren. Nu, jaren later, is er van hun vriendschap niets meer over. Maar hun wegen kruisen elkaar onverwacht weer wanneer Huda door de geheime politie wordt gedwongen om de ambassadeursvrouw Ally te bespioneren en Ally langsgaat bij Rania's galerie. Als de twee Iraakse vrouwen vervolgens ontdekken dat hun kinderen gevaar lopen, bedenken ze een gewaagd plan om hen in veiligheid te brengen. Een dat van Huda, Rania en Ally eist dat ze offers brengen… en dat ze elkaar, ondanks het wantrouwen, verraad en de leugens onderling, blindelings vertrouwen.
Wellicht klinkt dit alles wat vergezocht, maar dat is het bepaald niet. Want toen Gina als vrouw van een diplomaat een jaar in Bagdad verbleef, overkwam haar iets soortgelijks en dit verhaal baseerde ze op haar ervaringen. En dat laatste is te merken. Met beeldende en vrij gedetailleerde beschrijvingen schetst ze het Bagdad van 2002, waar destijds alles ten dienste van Saddam Hoessein stond en de inwoners onder druk werden gezet om zich aan zijn regime te onderwerpen. En door drie verschillende vrouwen met elk een andere positie in deze tijd te plaatsen en het verhaal afwisselend vanuit ieders perspectief te vertellen, laat ze zien wat dat betekende voor het dagelijkse leven van diverse groepen mensen in Irak. Om ten slotte ook duidelijk te maken dat liefde voor dierbaren banden smeedt en sterker is dan onderdrukking.