In 1995 wil Geertje van den Berg via haar oma en opa de geschiedenis van de familie Fanto horen. Zij komen uit Wenen en zijn in de oorlog naar België gegaan om onder te duiken. Maar over de oorlog praten, gaat niet gemakkelijk.
Er loopt in dit boek nog een verhaallijn. Die speelt zich af in 1938 in Wenen met Viktor Rosenbaum in de hoofdrol. Deze Viktor heeft echt bestaan.
Zijn verhaal begint in 1914 als hij 6 jaar is. Hij is begaan met het lot van anderen. Zo komt Bubi, een weesjongen van de straat in hun welgestelde gezin. Als Viktor ouder wordt, studeren vindt hij maar niets, gaat hij graag met vrouwen om en heeft allerlei handeltjes. Dan begint in maart de Anschluss, de annexatie van Oostenrijk in Groot-Duitsland. Voor de Joden in Wenen wordt het moeilijk om hun levensstandaard vast te houden.
Viktor, met zijn hart op de goede plaats, gaat in de bres staan voor zijn familie en probeert hen te redden. Het wordt een dramatische tijd.
Geertje, de kleindochter van Viktor 's broer gaat op onderzoek uit en ontdekt waarom haar familie zwijgt over de oorlog. Ze wil weten wie Viktor is en waarom er niet over hem gesproken kan worden. Bovenal is ze op zoek naar haar eigen identiteit en duikt het Jodendom in. Zo verandert zij haar naam in Judith, want Geertje klinkt niet Joods. Ten slotte ontdekt ze het geheim van haar familie en hoe de geschiedenis een wending heeft genomen.
Hoe erg is racisme! En wat is er nodig om je wortels te verloochenen en te zwijgen.
Een schitterende debuutroman van Judith Fanto