Als Pieter, Suze, Edmond en Lucy in het geheimzinnige huis van een oude professor logeren, stuiten ze op een dag in een bijna lege kamer op een oude kleerkast. Tijdens een spelletje verstoppertje verbergt Lucy zich erin en dan ontdekt ze dat hij geen achterkant heeft. Ze loopt verder en het volgende moment staat ze midden in het winterse landschap van het betoverende land Narnia. En daar, zo wordt haar verteld door een vriendelijke faun, is een strijd gaande tussen de Witte Heks, die ervoor heeft gezorgd dat het altijd winter is en al haar vijanden verandert in steen, en de leeuw Aslan. Het duurt niet lang tot ook Pieter, Suze en Edmond in Narnia belanden. Lukt het de vier kinderen om samen met Aslan de Witte Heks te verslaan?
Dat dit een goed en bijzonder boek is, hoeft eigenlijk niet te worden gezegd; dat is per slot van rekening algemeen bekend. Maar toch… Het is knap zoals het belangrijkste van Evangelie – Jezus' overwinning op het kwaad en redding van de zonde – op een begrijpelijke en vooral aantrekkelijke manier duidelijk wordt gemaakt aan de hand van dit boeiende en beeldend geschreven verhaal, dat vol is van fantasie, magie, avontuur en spanning. Daardoor blíjft het kinderen (en volwassenen) namelijk aanspreken en heeft de boodschap nog steeds uitwerking. En deze nieuwe vertaling draagt daar een steentje aan bij, want die zorgt ervoor dat de tekst weer wat eigentijdser is en vlot leest, en dat – heel fijn – zonder afbreuk te doen aan het geliefde klassieke karakter.
'De wereld achter de kastdeur' is en blijft een fantastische kinderboekenklassieker en door de moderne twist die de vertaling eraan geeft, kan het verhaal weer generatieslang lezers betoveren.