In 1865 raken schrijfster Louisa May Alcott en Johanna Suhre bevriend als ze elkaar brieven beginnen te schrijven. In de tijd die volgt, verdiept hun vriendschap zich en terwijl Louisa boeken schrijft, geeft Johanna haar gevoelens en emoties, die veelal gekleurd worden door haar ongelukkige huwelijk, in gedichten weer. Als Victoria die ruim honderdvijftig jaar later in het vroegere huis van Louisa vindt, is haar nieuwsgierigheid geprikkeld. Wie is Johanna? Ze betrekt haar pleegzus Taylor, die na jarenlange afwezigheid eindelijk naar huis is gekomen, omdat hun moeder ernstig ziek is, erbij en samen beginnen ze ze te bestuderen. En dan blijkt al snel dat hun levens gelijkenis vertonen, waardoor die oude gedichten, samen met de brieven, een bijzondere uitwerking hebben.
Daarmee maakt Heidi stilzwijgend duidelijk hoeveel kracht er in woorden schuilt. Dat ze in staat zijn om verandering te bewerkstelligen, heling te brengen, troost te bieden en hoop te schenken. Maar dat is niet het enige wat je meekrijgt. Een andere – belangrijker – boodschap is die van het belang van vergeving. Dat is iets wat vaker klinkt in romans, maar dat doet geen afbreuk aan dit verhaal. Noch zorgt het ervoor dat het daardoor cliché aandoet of niet boeit. Integendeel, zelfs. De historische verhaallijn over Johanna en Louisa enerzijds en de hedendaagse over Victoria en Taylor anderzijds, vormen samen een origineel, pakkend geheel, vol gevoel, literatuur, kwetsbaarheid, pijn, emotie, historie en zelfs een vleugje romantiek, dat je raakt.
Ik vind het dan ook een geslaagde roman. Daarom verklaar ik 'Het huis tussen de appelbomen' bij dezen tot leestip. En ben je een liefhebber van Louisa May Alcotts werk? Dan is het zelfs een must-read.