Als de oom van de achtjarige Mesullemet (Sulle) haar en haar vader een thuis biedt in Jeruzalem, in ruil voor Sulles hulp bij het onderwijzen van vijfjarige Manasse, Juda's mederegent, die dezelfde eigenaardigheden als haar vader vertoont, verandert haar leven abrupt. Ze verkeert niet alleen plots dagelijks in koninklijke kringen, ze maakt door haar oom en zijn slavin ook kennis met andere goden dan Jahwe en hun macht. Daardoor raakt ze ervan overtuigd dat zíj aanbeden moeten worden, niet Jahwe, en ze haalt ook Manasse over zich van God af te keren en de afgoden te dienen. De afgoderij breekt het hart van zijn moeder, Siba, en hoewel ze probeert haar zoon weer op het rechte pad te krijgen, lijken haar woorden niet tot hem door te dringen. Maar misschien wel tot Sulle…
Een roman schrijven over een van de 'zwartste bladzijden' van de Bijbel, is niet echt voor de hand liggend. Maar door deze duistere geschiedenis over koning Manasse in een fictionele vorm te gieten en zo tot leven te wekken, biedt Mesu wel een fascinerend – en heel eerlijk: soms verbijsterend en huiveringwekkend – verhaal. En nog belangrijker: ze laat je dit stukje Bijbel met nieuwe ogen bekijken, wat leerzaam is. Want daardoor ontdek je ongetwijfeld dingen die je nog niet wist, het maakt het je bewust van het gevaar van afgoden en vooral: het leert je dat je misschien wel hulpeloos kunt zijn, maar nooit hopeloos bent, zolang je God dient, omdat Hij almachtig is, én dat elke zonde vergeven kan worden. Een tijdloze boodschap die je niet vaak genoeg kunt horen.
'Koningin in de nacht' is een meeslepende roman die, ondanks alle duisternis waarover verhaald wordt, één groot, mooi en bemoedigend getuigenis is van Gods redding en genade.