Als je het hebt over landen waar de Tweede Wereldoorlog ingrijpende gevolgen had, denk je al snel aan Nederland, Frankrijk en Duitsland, bijvoorbeeld. Niet zo snel aan de Verenigde Staten. Ik niet, in elk geval. Maar toch trok de oorlog ook daar diepe sporen. Dat ontdekte ik toen ik 'Het laatste jaar van de oorlog' van Susan Meissner las.
Deze roman gaat over de veertienjarige Elise Sontag die tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar ouders en broertje naar een interneringskamp in Texas wordt gestuurd, omdat haar vader, een Duitser van origine, wordt verdacht van sympathiseren met de nazi's. Daar leert ze de Japans-Amerikaanse Mariko kennen, die om vergelijkbare redenen met de rest van haar gezin achter het prikkeldraad is beland. Er ontstaat een bijzondere vriendschap tussen de twee, die uiteindelijk – jaren later – leidt tot een ontroerende zoektocht, als de dement wordende Elise besluit dat ze haar uit het oog verloren vriendin nog één keer wil zien.
Op basis hiervan kun je eigenlijk al stellen dat dit een verhaal is dat je gelezen moet hebben. En dat kan ik beamen. Alleen al omdat het je laat kennismaken met een onbekend stukje geschiedenis, waarvan het goed is dat het wordt verteld. Want er zitten belangrijke lessen in voor vandaag de dag. Zoals dat het verreikende gevolgen kan hebben als je op basis van vooroordelen handelt en mensen over één kam scheert. Maar ook omdat het je bepaalt bij de vraag wie je bent als wie je altijd bent geweest in twijfel wordt getrokken.
En dat alles dus in het jasje van Elises en Mariko's verhaal, dat Susan precies zoals je van haar gewend bent op papier heeft gezet: krachtig en ontroerend tegelijk. Wat maakt dat je soms moet slikken. Soms – vooral in het geval van de treffende beschrijvingen van de eenentachtigjarige Elise die steeds meer herinneringen verliest aan de dementie – moet glimlachen. En niet anders kunt dan doorlezen. Ik vind dan ook dat 'Het laatste jaar van de oorlog' het verdient om door jou gelezen te worden.